Fiat X1/9 Club Nederland
16 augustus 2017

Mijn Bertone X 1/9


Het moet ergens in de beginjaren 80 zijn geweest, in Deventer. Johan van Vlotenlaan, een jaar of tien oud, op bezoek bij opa en oma, lekker buitenspelen.
Categorie: Ingezonden
Ingezonden door: Nicolette

En dan ineens wordt je aandacht getrokken door iets groens: een auto, gifgroen, klein, sportauto, motor achterin. WOW... en dat blijft dan de rest van je leven ergens in je kop zweven. Elke keer als je bij opa en oma bent moet je kijken of ie er staat en zo ja... even er naar toe, rondje er om heen, even naar binnen gluren. Gestreepte bekleding, rond schakelpookje, hokjes striping, klaplampen... wat een aparte auto.

 

Jaren later,  ergens in 1992 eindelijk geld om zo’n X1/9 te kopen. Destijds ging alles nog via advertenties in de telegraaf. Ene Peter in Bergeijk had er een paar. Een keer langs geweest, ik had toch gratis openbaar vervoer met m’n OV studentenkaart. Ik kocht een ’opknapper’ voor 1250 GULDEN, ik zal het nooit vergeten. Peter kwam hem nog brengen ook, afgeleverd bij een garagebox die ik huurde. Ik ging deze X wel even opknappen, vol ambitie en motivatie ben ik er aan begonnen maar uiteindelijk is het nooit gelukt: te veel werk, te weinig tijd, te weinig geld, enz. Dat is denk ik wel een herkenbare situatie die meerdere X fanaten meegemaakt hebben.

Ik vond onlangs nog wel de kenteken- gegevens van deze auto en volgens onze archiefbeheerder Luigi was dit waarschijnlijk één van de zeldzame 397 Verde Emeraldo auto’s.

Ik heb genoten van het verhaal van Don Verdel: de ombouw naar een Turbo motor en ik dacht: laat ik ook eens een keer een stukje schrijven. Ik ben nu lid sinds 2007 en lees altijd graag het clubblad.

Ik heb namelijk Dons vorige X gekocht en kan me dat nog goed herinneren.

Ik zat in het buitenland en ineens krijg je dan weer zo’n aanval van dat X virus. Inmiddels bestond er zoiets als internet en marktplaats. En toen zag ik haar: knalrood, één van de laatsten ooit gemaakt, een prachtexemplaar met injectiemotor, precies zoals ik wel heel graag wilde hebben. Alleen de motor zou wel een probleem hebben, er kwam net zo veel witte rook uit de uitlaat als uit de koeltoren van een kerncentrale. Don gemaild: wil je hem vasthouden voor me, ik kom over enkele weken thuis. Ik dacht dat ie dat nooit zou doen maar het was geen probleem. Ik kon het niet geloven en ben hem daar nog dankbaar voor.

Uiteindelijk ben ik samen met Don naar Almere gereden naar een schuur bij een boer. Daar heb ik de auto bekeken en de liefde bleek wederzijds. Ik heb deze vervolgens gekocht, opgehaald en ben als een nieuwe paus Almere uitgereden. Maar hopende dat die motor het vol zou houden tot Houten alwaar ik er dan wel een andere in zou lepelen, althans dat was mijn plan. Ik moest natuurlijk nog wel even tanken alvorens de highway te hitten, dus ik bij de eerste de beste pomp wat prehistorisch geperst dinosaurussap in de rode bolide gedaan en koers 180 op de A27 ingezet. En wat denkt u: na een kilometer of 10? Zuigers en drijfstangen op de vluchtstrook en Sandro jankend op de vangrail zitten wachten op de wegenwacht?

Nope, niets van dit alles. De rook werd steeds minder en ging uiteindelijk helemaal weg en het motortje bromde als een knorrende beer met een pot honing. Waarschijnlijk was het euvel gewoon ’oude peut in de tank’ want tot op heden is alles nog steeds ’hopi bon’ (ik klop nu natuurlijk wel ff tegen de houten tafel, dat snappen jullie wel hè).

Anyway, uit de meegeleverde historie en een complete schuur aan reserve- onderdelen (dat was de eis van Dons vriendin anders mocht ik de auto niet hebben) bleek dat mijn Gran Finale één van de vier oorspronkelijk in Zwitserland verkochte K6-sen was. Dit bleek ook uit de chromen randen van de spatborden bij de achterwielen, verplicht in de bergen. Ik dacht eerst dat iemand deze er zelf opgeschroefd had maar niet dus. Inmiddels zijn we al weer bijna tien jaar samen, heb ik er een volle vuilniszak aan elektrische onzinbekabeling uitgehaald (luchthoorns, alarm, centrale vergrendeling en frogeye mistlampen). Waarom doen mensen dit zo’n auto aan vraag ik me af. De X1/9 flitst elk jaar weer door de keuring en de monteurs verbazen zich elk jaar weer over de roestvrije en voortreffelijke staat van onze ’bassie’. Jawel, u leest het goed. Ze heet Bassie, mijn dochter zei dat ze dezelfde koplampen had als de auto van Bassie en Adriaan en vanaf dat moment gaat papa dus ’even naar Bassie’ als ik naar de boer ga waar ik een schuur huur om mijn rode vriendin even op te zoeken. Alle onderdelen die ik van Don gekregen heb, liggen nu trouwens bij Martijn en zijn vader Dick in Dongen. Dus mocht iemand nog iets nodig hebben contact hun dan.

Helaas rij ik er te weinig mee, enerzijds tijdgebrek, anderzijds HET HOLLANDSE WEER!

Ik hanteer de regel dat ik alleen rij wanneer de kans op regen NUL is en als ik rij staat de buienradar altijd op scherp! Deze auto’s kunnen naar mijn mening absoluut niet tegen water, hadden ze destijds in de fabriek maar iets beter staal of corrosiewerende technieken gebruikt. Waarom maakte men destijds vele mooie auto’s van pizzabodem kwaliteit staal, zo jammer.

Twee keer is het me niet gelukt: de eerste keer ben ik met mijn dochtertje terug gereden van een bezoek bij oma en terecht gekomen in een moesson- bui. Nu heb ik altijd een afdekzeil mee (nog een zelfopgelegde eis) en daar stonden we op de vluchtstrook onder het zeil te schuilen.

Mammaloe de vrouw totaal over de jank: hoe ik me dat in mijn hoofd kon halen, schuilen op de vluchtstrook, LEVENSGEVAARLIJK. Ze had gelijk, mannen kunnen ongelooflijk dom zijn.

De tweede keer heb ik de auto mee-genomen naar mijn werk, er was een strakblauwe lucht, toch ff buienradar checken. WTF... een grote rode stip vanuit België onderweg richting Tilburg. Totale paniek en

de baas gemeld dat ik een noodgeval had. Ik ben ingestapt en heb ondervonden dat je een onweersbui niet voor kunt blijven door 150 kilometer per uur te rijden, die dingen trekken gewoon echt nog sneller over. De hele trip naar Houten over de A27 heb ik meer in de achteruitkijkspiegel gekeken dan vooruit op de weg voor me en al rallyrijdend de schuur bij de boer op 500 meter net niet gehaald. Bassie heeft een paar dikke druppels weg moeten tikken.Vreselijk, ik voelde zelf elke druppel als een bijensteek zo pijnlijk!

Naast water is er natuurlijk de eeuwige angst voor pech onderweg. Het blijft natuurlijk een oud dametje en ik heb dan ook een keer meegemaakt dat de motor uitviel, spontaan, zo maar van het ene op het andere moment. Niet meer te starten ook. Hulptroepen waren al onder weg, collega’s met een sleepkabel. Toch nog een keer proberen als laatste kans, de accu was bijna helemaal leeg en verdomd... JAAAA... it’s alive again!!!!

Op het Forum gezocht en daar kwam ik iets tegen over de contactstekkers van de componenten van het injectiesysteem, luchthoeveelheidsmeter en zo, iets met eventuele corrosie. Dit artikel is volgens mij zelfs afkomstig van...wederom vriendje Don. Ik heb alles losgemaakt, schoongemaakt en ’ingetjet’ met het door de autogoden geschonken vloeibare goud genaamd ’WD40’en geen last meer gehad.

Toch een goed gevoel dat er zoiets als de club, ome Gert en het Forum van Martijn en Dick bestaat. Kortom … leuke auto... leuke avonturen... leuke club.

Als laatste wil ik iedereen weer veel rijplezier toewensen voor de komende zomer, wie weet tot ziens ...

OP EEN DROGE DAG !!!

Met vriendelijke groetjes,

Sandro Solaro